Menu

Laaggeletterdheid vraagt om gemakkelijker taalgebruik

Als ondernemer altijd en overal op de hoogte met Places Nieuws

Klant & Doelgroep

Laaggeletterdheid vraagt om gemakkelijker taalgebruik

Laaggeletterdheid vraagt om gemakkelijker taalgebruik

Laaggeletterde mensen worden vaak ten onrechte aangezien voor mensen die "gewoon" dom zijn. Dit is vaak helemaal niet het geval. Door welke reden dan ook hebben zij niet goed leren lezen en schrijven. Dit belemmert hen enorm in hun verdere leven en ze leven vaak in angst dat andere mensen erachter zullen komen en hen zullen veroordelen. De groep Nederlandse laaggeletterden is helemaal niet zo klein als je zou verwachten in een ontwikkeld land als Nederland. Het is dan ook verstandig om rekening te houden met deze groep.

Laaggeletterdheid

Laaggeletterdheid is nog steeds een groot probleem in Nederland. Er bestaat een schrikbarend hoog aantal laaggeletterde personen in Nederland. In totaal hebben 2.52 miljoen Nederlanders van boven de 16 moeite met taal en/of rekenen. Dit getal bedraagt 18 procent van de totale bevolking van Nederland die boven de 16 is. Het grootste gedeelte van deze groep, namelijk 1.3 miljoen mensen, is jonger dan 65 jaar.

Een algemene misvatting die bestaat in de samenleving is dat laaggeletterden analfabeten zijn. Dat is niet het geval. Laaggeletterden kunnen wel lezen en schrijven, maar hebben hier (erg) veel moeite mee. Ze hebben onder andere moeite met het invullen van formulieren, het lezen van straatnaamborden en pinnen en digitaal betalen. De laaggeletterdheid van deze groep Nederlanders heeft dan ook grote gevolgen voor hun leven. Zo blijken deze mensen minder gezondheidsvaardig te zijn en daardoor vaak gezondheidsproblemen te hebben. Dit komt bijvoorbeeld doordat ze de verpakkingen van producten in de supermarkt of zelfs de bijsluiter van medicijnen niet kunnen lezen. Dit soort ernstige gevolgen van laaggeletterdheid vragen om gebruik van eenvoudige taal bij verschaffing van belangrijke informatie. Ook u als ondernemer heeft er baat bij eenvoudig taalgebruik te hanteren, aangezien daardoor een veel grotere groep mensen bereikt kan worden en u laaggeletterden hiermee helpt.

Om een zo groot mogelijke groep Nederlanders te bereiken is het aan te raden om taalniveau B1 te hanteren in teksten die bedoeld zijn voor de consument. Hierbij gaat het om een veel grotere groep Nederlanders dan de eerder genoemde groep laaggeletterden. Bureau Taal bevestigd dat zo'n 95 procent van de Nederlandse bevolking B1 teksten kan begrijpen. De Rijksoverheid stelt zichzelf dan ook ten doel om teksten in B1 niveau te schrijven. In de praktijk blijkt echter dat de meeste overheidsteksten en andere teksten geschreven worden in taalniveau C1. Dit is problematisch aangezien 60 procent van de bevolking teksten in C1 niveau niet begrijpt. Ook mensen die hoog opgeleid zijn en C1 niveau begrijpen, lezen graag teksten met taalniveau B1. Deze teksten zijn namelijk gemakkelijker en sneller te lezen. Zelfs in teksten waarin u de hoog opgeleide consument wilt aanspreken is het dan ook niet verkeerd om eenvoudig taalgebruik te hanteren.

Bureau Taal

Ondernemers kunnen bedrijven als Bureau Taal inhuren om teksten te herschrijven in taalniveau B1, maar u kunt ook zelf een tekst in B1 niveau schrijven. Daarvoor een aantal tips gebaseerd op onderzoek van instanties als Stichting Lezen en Schrijven en ervaringen van Taalambassadeurs die laaggeletterd zijn of waren:

  • Bedenk goed wie de doelgroep is. Beginnen met schrijven met de doelgroep in uw achterhoofd, zal ervoor zorgen dat u de doelgroep beter informeert. Bedenk wat de specifieke doelgroep zou willen weten en geef duidelijk antwoord op deze "vragen".
  • Zorg voor een logische opbouw van de tekst. Het is niet verstandig om een tekst te beginnen met een moeilijk woord. Het is beter om toe te schrijven naar wat precies bedoeld wordt met de tekst. Leg de nadruk op het doel van de tekst, bijvoorbeeld het in actie brengen van een consument.
  • Gebruik actieve zinnen. Passieve zinnen bevatten vaak onnodig veel hulpwerkwoorden die een zin lastig maakt. Probeer woorden als zullen, zouden en moeten dan ook te vermijden. Vaak is een passieve zin eenvoudig om te zetten in een actieve zin door dit soort woorden weg te laten.
  • Gebruik alledaagse woorden en vermijd formele woorden. Alledaagse woorden zijn voor iedereen het gemakkelijkst te begrijpen. Woorden zoals derhalve en middels, die vallen onder formele woorden, worden in het dagelijks leven niet veel gebruikt, waardoor ze voor veel mensen moeilijk te begrijpen zijn.
  • Vermijd vaktaal en afkortingen. Voor iedereen die niet in hetzelfde vakgebied zit is vaktaal moeilijk te begrijpen. Mensen met een laag taalniveau hebben ook veel moeite met afkortingen in de tekst. Dit maakt de tekst verwarrend en het ontmoedigd de lezer om het artikel verder te lezen.
  • Gebruik geen zinnen met tangconstructies. Dit soort zinnen zie je veel in teksten, bijvoorbeeld de gemiddelde overheidstekst, met een hoger taalniveau dan B1. Voorgaande zin heeft een tangconstructie. Dit soort zinnen is vaak verwarrend, omdat er tussendoor extra informatie verstrekt wordt. Deze zinnen zijn vaak gemakkelijk op te delen in twee losse zinnen.

Handhaving van deze tips zorgt voor een gemakkelijker leesbare tekst die niet alleen bij laaggeletterden, maar ook bij hoog opgeleide mensen in de smaak zal vallen.

Reacties



Even geduld alstublieft...